De Raad op 19 februari

(observaties door Ruud van Zomeren)

Slechts een korte bijdrage ditmaal. Deze raadsvergadering verliep rustig en vrijwel zonder politiek vuurwerk.

Slechts 2 agendapunten verdienen enige nadere beschouwing:

Verordeningen Handhaving Participatiewet

Per 1 januari van dit jaar is de Wet Werk en Bijstand vervangen door de Participatiewet. Een aantal bestaande gemeentelijke verordeningen moet hierdoor aan de gewijzigde regelgeving worden aangepast, te beginnen met die op het gebied van de handhaving van de wettelijke regels.

In tegenstelling tot vele andere fracties in de Raad had GroenLinks weinig behoefte aan discussie op dit punt.

Andere partijen drongen aan op heldere communicatie met uitkeringsgerechtigden, zorgvuldigheid en het behoud van de menselijke maat. Gepleit werd voor terughoudendheid in het opleggen van boetes en dergelijke.

Wethouder Van der Torre bevestigde in zijn antwoord in feite dat dit alles door Soest al wordt gerealiseerd, dat er weinig boetes worden opgelegd en dat het beleid met name gericht is op preventie van oneigenlijk gebruik en misbruik van sociale uitkeringen.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de betreffende verordeningen met algemene stemmen zijn aangenomen.

 

Vragenkwartier

Gemeentebelangen Groen Soest (GGS) stelde vragen over de wijze waarop het College met schriftelijke vragen vanuit de Raad omgaat. Men is van oordeel dat die vragen doorgaans naar behoren beantwoord worden, maar dat het schort aan concrete informatie over de vervolgacties die het College neemt. Daarbij gaf GGS een aantal voorbeelden uit het recente verleden.

Hierop ontstond een nogal naar binnen gekeerde discussie, niet bepaald interessant voor de publieke tribune…

 

Motie opschorten ouderbijdrage in de Jeugd-GGZ

Christen Unie/SGP, GroenLinks, PvdA, Burgerbelangen en LAS dienden een motie in, die het College onder andere verzoekt de financiële bijdrage van ouders met een kind in een psychiatrische instelling op te schorten totdat uit landelijk onderzoek is gebleken welke effecten deze ouderbijdrage heeft op de financiële positie van gezinnen. Volgens de nieuwe Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inning van deze ouderbijdrage, die behoorlijk fors is en wel tot bijna € 1.600 per jaar kan oplopen. een groot aantal gemeenten, waaronder de grote steden, heeft inmiddels besloten deze bijdrage vooralsnog niet te innen aangezien de effecten op dit moment (nog) niet duidelijk zijn.

Uiteraard leverde deze motie een betrekkelijk langdurige discussie op tussen voor- en tegenstanders die elkaar met argumenten probeerden te overtuigen.

In deze discussie stelde de D66-fractie zich wel heel merkwaardig op door zich tegen de motie te verklaren, terwijl hun collega’s in Den Haag zich juist vóór opschorting van de ouderbijdrage hadden uitgesproken. De Soester fractie beriep zich desgevraagd op hun autonomie.

In haar antwoord ontraadde wethouder Van Berkel deze motie impliciet. Wel zegde zij toe de zorgen over deze regeling, die ook het College deelt, over te brengen aan collega-gemeentebesturen in de regio Eemland en aan ‘Den Haag’.

Na een schorsing en een hoofdelijke stemming werd de motie uiteindelijk verworpen met 15 tegen 11 stemmen.